CT scan

CT is een afkorting van Computer Tomografie. Het is een aanvulling op beeldvormende technieken zoals een röntgenfoto en echo. 

Bij een CT wordt, net als bij het maken van röntgenfoto’s, gebruik gemaakt van röntgenstraling. Bij een röntgenfoto wordt een tweedimensionale opname gemaakt van een onderdeel van een dier, zoals de borstholte of een poot.
Bij een CT-onderzoek kunnen de lichaamsonderdelen van de patiënt beter in beeld worden gebracht doordat de computer meerdere rontgenfoto’s welke gelijktijdig zijn gemaakt vanuit verschillende richtingen, met elkaar combineert en hierdoor een 3 dimensionaal beeld kan maken.

Hierdoor kan meer gedetailleerde informatie worden verkregen en kunnen kleinere structuren in beeld worden gebracht dan bij gewone röntgenfoto’s. Nadat deze beelden zijn gemaakt, kunnen hieruit nog reconstructies gemaakt worden in andere richtingen (bijvoorbeeld lengte doorsneden of schuine doorsneden).

Tijdens het onderzoek moet de patiënt volledig stil liggen en er mag vanwege de röntgenstraling, niemand in de ruimte aanwezig zijn. De dierenarts en assistente staan achter een loodmuur met kijkglas, zodat we de patiënt ten alle tijden in de gaten kunnen houden, daarom is het noodzakelijk het onderzoek onder narcose uit te voeren.

Tijdens het onderzoek krijgt de patiënt onder narcose een buisje in de keel waardoor narcosegas en extra zuurstof wordt toegediend. Via een monitor houden we de ademhaling en de narcose van de patiënt in de gaten.

Het onderzoek begint met een overzichtsscan. Deze wordt gebruikt om te bepalen waar de exacte scan van moet worden gemaakt. Daarna begint de eigenlijke scan, waarbij de CT buis om de patiënt draait en de onderzoekstafel gelijktijdig in het apparaat schuift. Afhankelijk van het aantal en de dikte van de plakjes duurt een scan ongeveer 10-60 seconden. Soms worden aanvullend nog dunnere plakjes gemaakt of een serie met contrastmiddel.

Na het onderzoek mag de patiënt wakker worden in de verwarmde CT opname. Hoe lang dit duurt is afhankelijk van de narcose die gegeven is.

Doordat de CT gebruik maakt van röntgenstralen is het zeer geschikt voor het in beeld brengen van afwijkingen aan het skelet en de longen. Weke delen zoals hersenen, neusholte en buikorganen kunnen meer gedetailleerd worden beoordeeld (vaak na het geven van contrastmiddel in de bloedbaan) dan bij een röntgenfoto vanwege de dunne plakjes die kunnen worden gemaakt en de reconstructie hieruit. . Hierdoor kan je in een orgaan of lichaamsholte kijken, net als bij de echo maar dan vaak nog duidelijker, hetgeen met röntgenfoto's niet kan.

Eén CT onderzoek levert honderden en soms wel meer dan duizend beelden op. Het kost veel tijd om deze allemaal nauwgezet te bekijken. De beelden worden verzonden naar de radioloog-specialist die de beelden zal beoordelen. De uitslag wordt normaal gesproken binnen 48 uur aan de dierenarts doorgegeven. Deze neemt contact op met de eigenaar om de uitslag te bespreken en een verder behandelplan in te zetten.

CT is met name geschikt voor het beoordelen;

  • Aandoeningen van de wervelkolom met parese , paralyse en/of een veranderde gang
  • Massa's in de thorax, verdenking van (long)metastasen
  • Massa's  in de buik, bijvoorbeeld als pre-operatieve planning, retroperitoneale afwijkingen en aandoeningen die in het bekkenkanaal zijn gelegen
  • Beoordeling van elleboogdysplasie en andere orthopedische ontwikkelingsstoornissen 
  • Neurologische aandoeningen met inbegrip van epileptische aanvallen Schedel 
  • Beoordeling van portosystemische shunt of urineweg afwijkingen, ectopische ureteren
  • Pre-operatieve planning bij traumapatiënten